Het juiste beschermgas kiezen voor jouw laswerk
Beschermgas is een onderdeel van het lasproces dat je bewust moet kiezen. Het beïnvloedt de boog en het gedrag van het smeltbad en helpt het hete metaal af te schermen van de omgeving. Een andere fles aansluiten kan dus meer veranderen dan je op het eerste gezicht verwacht. Begin bij de combinatie van proces, materiaal en toevoegmateriaal.
MIG en MAG gebruiken verschillende soorten gas
Bij MIG-lassen gebruik je inert gas, zoals argon of een geschikt argon-heliummengsel. Voor aluminium zijn dergelijke gassen gebruikelijk. MAG-lassen gebruikt een gas met actieve bestanddelen, bijvoorbeeld een mengsel met koolstofdioxide. De naam van het proces zegt dus iets over de gasbescherming.
Voor ongelegeerd staal wordt vaak een passend argon-CO2-mengsel toegepast. Bij RVS kunnen andere mengsels nodig zijn, afhankelijk van draad en procesvariant. Het gas dat goed werkt voor de ene staaltoepassing is niet automatisch geschikt voor de andere. Linde licht de keuze toe op zijn pagina over MIG/MAG-gassen.
TIG stelt andere eisen
Argon is een veelgebruikt TIG-gas voor uiteenlopende materialen. Voor specifieke toepassingen bestaan andere geschikte gassen en mengsels. Gebruik daarvoor de procesgegevens en het advies van de leverancier. Een actief MAG-mengsel is geen vervanging voor een geschikt TIG-gas. De wolfraamelektrode en het hete metaal vragen om de juiste bescherming. Linde beschrijft gassen en toepassingen voor TIG.
De gaskeuze blijft gekoppeld aan de exacte materiaalsoort. Een omschrijving als ‘RVS-gas’ is te algemeen om een professioneel lasproces volledig vast te leggen. Noteer de samenstelling of classificatie en controleer of die aansluit op de WPS en de gegevens van het toevoegmateriaal.
De juiste fles is pas het begin
Controleer bij een wissel het etiket en de aansluiting. Zorg dat slangen, regelaar en toorts in goede staat zijn. Stel de gasstroom in op basis van de gebruikte uitrusting en procesinstructie. Een waarde die op één werkplek goed werkt, kan bij een andere toorts of verbinding onvoldoende passend zijn.
Let ook op de plaatsing van het werkstuk. Tocht, obstakels en een moeilijk bereikbare naad kunnen de gasdekking beïnvloeden. Blijven de resultaten wisselen, onderzoek dan de hele route van fles tot las. Alleen een groter gasverbruik zegt niets over de kwaliteit van de bescherming.
Vergelijk op resultaat en verbruik
Wil je een ander gas proberen, houd de vergelijking controleerbaar. Gebruik hetzelfde werkstuk en leg vast welke instellingen bij ieder gas horen. Vergelijk vervolgens de vereiste laskwaliteit, nabewerking en het gemeten verbruik. Bij gekwalificeerd werk moet vooraf worden beoordeeld of de wijziging binnen de toegestane werkwijze valt.
123Lassen denkt mee over een passende combinatie van gas, toevoegmateriaal en apparatuur. Geef bij je vraag het materiaal, de draad en het gebruikte lasproces door. Daarmee wordt het advies een stuk gerichter.