Kleine gaatjes in een las lijken soms vooral een afwerkingsprobleem. Toch kunnen ze wijzen op gas dat tijdens het stollen in het lasmetaal is achtergebleven. Dat noemen we porositeit. Wie alleen de zichtbare gaatjes wegslijpt, heeft de oorzaak nog niet opgelost. Een goede aanpak begint bij de vraag waar het gas vandaan komt en waarom het niet uit het smeltbad kon ontsnappen.
Begin met het patroon
Ontstaat het probleem vanaf de eerste las, pas na een fleswissel of alleen op één bepaald onderdeel? Zulke verschillen helpen om gericht te zoeken. Noteer het materiaal, het gebruikte proces en wat er vlak vóór het probleem is veranderd. Daarmee voorkom je dat je tegelijk de spanning, draadaanvoer en gasinstelling wijzigt zonder te weten welke aanpassing effect heeft.
Porositeit kan aan het oppervlak zichtbaar zijn, maar ook inwendig voorkomen. Een gladde buitenkant bewijst daarom niet dat de hele verbinding vrij is van poriën. De toelaatbaarheid hangt af van de eisen aan het werk en van de aard, omvang en verdeling van de onvolkomenheden.
Controleer de gasbescherming
Bij MIG/MAG- en TIG-lassen moet het beschermgas het lasgebied voldoende afschermen. Controleer de gastoevoer, slangen, aansluitingen en het gasmondstuk. Ook tocht en een ongunstige toortshouding kunnen de bescherming verstoren. Meer gas is niet automatisch beter: een te hoge gasstroom kan turbulentie veroorzaken en lucht aanzuigen. TWI beschrijft deze samenhang in zijn uitleg over porositeit.
Vergelijk de gemeten gasstroom bij de toorts met de proces- en fabrikantgegevens. Alleen vaststellen dat er nog druk op de fles staat, vertelt niet hoeveel gas bij de las aankomt. Voer controles uit volgens de handleiding en laat beschadigde gascomponenten herstellen voordat je verder werkt.
Bekijk ook het materiaal
Vocht, vet, olie en vervuilde toevoegmaterialen kunnen bijdragen aan gasvorming. Controleer daarom zowel de lasnaad als de omgeving ervan. Gebruik een reinigingsmethode die bij het materiaal past en houd toevoegmateriaal schoon en droog. Voor beklede elektroden gelden de opslag- en eventuele droogvoorschriften van de fabrikant.
Een nuttige vergelijking is een proeflas op schoon materiaal van dezelfde kwaliteit en dikte. Blijft het probleem bestaan, dan onderzoek je de overige omstandigheden verder. Verdwijnt het, dan verdient de voorbereiding van het oorspronkelijke werkstuk extra aandacht. Zo’n vergelijking is een diagnosehulpmiddel, geen vrijgave van de productielas.
Herstel pas nadat de oorzaak duidelijk is
Over een poreuze las heen lassen kan onvolkomenheden insluiten. Bepaal eerst welk onderzoek en herstel nodig zijn volgens de geldende werkwijze. Miller bespreekt daarnaast hoe toortsuitrusting en techniek de gasdekking beïnvloeden in zijn overzicht van MIG-lasproblemen.
Blijft porositeit terugkomen? Bij 123Lassen denken we mee over apparatuur, toevoegmaterialen en de uitvoering. Neem de materiaalgegevens en je gebruikte instellingen mee, zodat we gericht naar de oorzaak kunnen kijken.