De juiste lasmethode kiezen voor jouw werk

De juiste lasmethode kiezen voor jouw werk

De juiste lasmethode kiezen voor jouw werk

Een lasmethode kies je op basis van het werkstuk en de omstandigheden waarin je moet lassen. Materiaal, dikte, bereikbaarheid en kwaliteitseisen bepalen welke aanpak past. Ook de beschikbare tijd en ervaring spelen mee. Een proces dat prettig werkt aan een werkbank, hoeft op een montageplaats niet de handigste keuze te zijn.

MIG en MAG voor lassen met continue draadaanvoer

Bij MIG/MAG-lassen loopt een draad vanaf een rol door de toorts. De draad vormt de elektrode en levert het toevoegmateriaal. Beschermgas schermt het lasgebied af. MIG gebruikt inert gas; MAG gebruikt gas met actieve bestanddelen. Voor aluminium wordt vaak MIG toegepast, terwijl MAG veel wordt gebruikt voor staal. Meer over dat onderscheid lees je bij TWI over MIG en MAG.

De continue draadaanvoer is aantrekkelijk bij terugkerende lasnaden en productiewerk. Daar staat tegenover dat de hele combinatie moet kloppen: machine, draad, draadaanvoer, gas en instellingen. Wie wisselt van materiaal, moet dus verder kijken dan alleen een andere rol draad.

TIG voor gerichte controle over het smeltbad

Bij TIG-lassen ontstaat de boog tussen een niet-afsmeltende wolfraamelektrode en het werkstuk. Toevoegmateriaal wordt, wanneer nodig, afzonderlijk ingebracht. Dat geeft veel controle bij nauwkeurig laswerk en grondlagen. Handmatig TIG-lassen vraagt wel oefening in het gelijktijdig beheersen van toorts, smeltbad en toevoeging. TWI legt het TIG-proces uit.

TIG kan goed passen bij RVS-plaatwerk of een zorgvuldig uit te voeren pijpverbinding. Voor het vullen van grote lasvolumes kan een andere methode economischer zijn. Ook een combinatie van processen is mogelijk wanneer de werkinstructie daarvoor is opgesteld.

Elektrodelassen bij montage en wisselende werkplekken

Bij lassen met beklede elektroden levert de elektrode het lasmetaal en zorgt de bekleding voor bescherming. Een afzonderlijke beschermgasfles is daarvoor niet nodig. Dat maakt deze methode praktisch op locaties waar mobiliteit telt. Je moet wel rekening houden met elektrodewissels en het verwijderen van slak. De gekozen elektrode bepaalt mede de geschikte toepassingen en lasposities. Zie de procesuitleg over elektrodelassen van TWI.

Maak de keuze aan de hand van je opdrachten

Schrijf op welke drie soorten werk je het vaakst uitvoert. Noteer per opdracht het materiaal, de verbinding, de positie en de gewenste afwerking. Vergelijk daarna wat nodig is voor voorbereiding, lassen en nabewerking. De methode met de hoogste lassnelheid levert niet vanzelf de kortste totale productietijd op.

Werk je volgens een voorgeschreven lasprocedure, dan moet de proceskeuze daarmee overeenkomen. Maak bij nieuw werk een representatief proefstuk en beoordeel het volgens de eisen van de toepassing. Een demonstratie op een willekeurig plaatje geeft minder informatie over jouw eigen product.

Bij 123Lassen helpen we je een passende combinatie van lasproces, apparatuur en opleiding te kiezen. Vertel ons wat je wilt maken en waar je gaat lassen; dan kunnen we het advies daarop afstemmen.